Speelt de kerk een rol bij het helpen van vluchtelingen?

Speelt de kerk een rol bij het helpen van vluchtelingen?

Wat doe je als christen wanneer je vluchtelingen tegenkomt? Geef je geld, koop je eten en kleding voor hen? Kan – of moet – de kerk een rol spelen bij de hulpverlening? Het zijn vragen die zich steeds opnieuw stellen. Want één ding is duidelijk: er zijn heel wat vluchtelingen in ons land en hun leven hier is verre van gemakkelijk. Integreren is een werk van lange adem; onderdak en werk vinden is vaak een enorme opgave.
Gottlieb Blokland van de evangelische kerk in Schaarbeek is van mening dat we de vluchtelingen niet aan hun lot mogen overlaten en dat de kerk een belangrijke rol te spelen heeft bij de zorg voor de naaste. Vanuit de gemeente is er dan ook een belangrijk aanbod, dat zowel uit materiële (voedsel, kleding, …) als geestelijke zaken bestaat. Buiten de zondagochtend gaan ook op woensdag en donderdag de kerkdeuren open – of dat nu is voor een Bijbelverhaal of gewoon om de GSM op te laden.

In Brussel kunnen we veel mensen ontmoeten die hun land van herkomst verlaten hebben. In een aantal gevallen ontvluchten mensen hun land om godsdienstige redenen: ze riskeren hun leven als ze in hun thuisland blijven wonen. Maar de redenen waarom asielzoekers naar België komen, zijn vaak heel uiteenlopend, en dikwijls ook een combinatie van verschillende motieven: “Vaak is de belangrijkste drijfveer het verlangen om een beter leven te krijgen.

Mijn eigen ervaring is dat enorm veel mensen in een ongelooflijke ellende zijn terecht gekomen, en we vinden die mensen nu op onze stoep, zo’n beetje als bij het Bijbelverhaal over de arme Lazarus voor de deur bij de rijke man. Die mensen moeten we helpen, of ze nu christen zijn, of moslim. Als je iets kunt doen voor die mensen, moet je dat volgens mij doen, zeker als je christen bent – en los van het feit dat zij wel of niet christen zijn” (Gottlieb).

Hoe zijn jullie als kerk daaraan begonnen?

Gottlieb: “In onze gemeente zijn we begonnen met maaltijden te voorzien, niet zozeer voor vluchtelingen, maar wel voor de eenzamen in de buurt. Daardoor zijn we dan ook op het station gekomen en daar waren het in eerste instantie de daklozen die we daar aantroffen. Langzamerhand zijn daar dan de vluchtelingen bij gekomen”.

Is dit dan een taak van de mensen persoonlijk of van de kerk?

“Je moet je natuurlijk wel persoonlijk aangesproken voelen. Vaak begint het ook bij de mensen individueel: je geeft iets aan iemand die niets heeft, je vraagt hoe het met die persoon is en je vraagt hoe het komt. Maar je kunt dat ook samen doen, als kerk. Natuurlijk moet je ook voorzichtig zijn in de hulpverlening: je komt ook mensen tegen die willen profiteren. Daarom kijken we ook of de mensen al gebruik hebben gemaakt van de officiële kanalen, zoals het OCMW. Als dat niet het geval is, dan wijzen we ze wel de weg en begeleiden we ze naar die instanties toe. Je helpt ze om hulp te vinden, of om ergens onderdak te vinden. Uiteindelijk bestaan er heel wat sociale voorzieningen om de mensen uit de ergste armoede weg te houden”.

Eigen schuld?

Het leven van veel vluchtelingen in Brussel is niet bepaald rooskleurig, zelfs al beschikken ze over de juiste papieren. De grootstad biedt dan wel heel wat werkgelegenheid, maar wie solliciteert moet de landstalen onder de knie hebben. Dat stelt voor de meeste vluchtelingen een probleem. Vaak hebben ze een basiskennis Frans, maar meestal onvoldoende om aangenomen te worden. In de meeste gevallen krijgen vluchtelingen geen echte job, en moeten ze zich tevreden stellen met bijvoorbeeld een nachtjob als schoonmaker van restaurants – al dan niet in het zwart. In dat opzicht kent onze hoofdstad een ‘dubbele economie’. Wie weinig verdient, vindt heel moeilijk een woning. Veel asielzoekers lossen dit op door met een aantal mensen samen iets te huren, wat wonen betaalbaar maakt, maar doorgaans ten koste gaat van de privacy. Het alternatief is erger: als dakloze op straat wonen met het risico door de politie verjaagd te worden. Het ergste zijn de transitmigranten er aan toe, de mensen die geen asiel in België willen aanvragen en hopen in Groot-Brittannië te geraken. Gottlieb Blokland is telkens opnieuw geschokt als hij met de situatie geconfronteerd wordt: “Ik heb het moeilijk met de hardvochtige manier waarop Afrikanen in Brussel benaderd worden, mensen die op het punt staan verdreven te worden. Ze worden het park uitgejaagd en moeten dan maar verdwijnen. Er wordt daar niet veel tegen geprotesteerd. Er wordt vaak geredeneerd dat ze het aan zichzelf te danken hebben: ze moeten maar niet naar Engeland willen gaan. Maar je moet stilstaan bij hetgeen ze hebben meegemaakt en je afvragen wat België te bieden heeft.

Hier overheerst de mening dat we zo snel mogelijk van deze mensen af moeten geraken, maar als christen mag je daar niet in meegaan. Natuurlijk, de overheid moet zorgen voor orde en veiligheid, maar wij moeten er steeds op wijzen dat dit mensen in nood zijn, mensen die honger hebben, die het koud hebben, die ’s nachts niet kunnen slapen en die hun familie missen”.

Wat bieden jullie de mensen aan als kerk?

Gottlieb: “In de eerste plaats gewoon een maaltijd: soep en brood en een plaats aan tafel. Maar bijvoorbeeld ook een plaats waar ze hun GSM kunnen opladen. Dat lijkt heel simpel, maar als je GSM uitvalt, kan je niemand meer bellen, valt het contact met je familie weg, kan niemand je meer bereiken en vallen veel voorzieningen weg. Dat is trouwens een ander aspect: door dit werk ga je ontdekken dat het leven van een mens uit heel veel praktische dingen bestaat”.

Moet de kerk zich ook bezig houden met het geestelijk aspect?

“We geven zeker ook het evangelie door, dat is uiteindelijk onze boodschap. We proberen natuurlijk heel voorzichtig naar moslims toe te gaan en zeker niet de islam te bekritiseren. Tegelijk voelen we ons verantwoordelijk om het goede nieuws door te geven. En we merken dat het overkomt: voor het eerst merken we ook meer interesse vanuit de omgeving. Mensen stappen wat gemakkelijker binnen in onze kerk. Uiteindelijk zijn we een wat vreemde eend in de bijt: een Nederlandstalige kerk in een voornamelijk Turkse buurt. Dat we onze medemens helpen, wordt op prijs gesteld. Want juist in de islam is het helpen van de armen iets goeds. Misschien vinden ze niet alles wat we doen goed, maar het geeft wel een stuk nabijheid en een stuk contact. Door dit werk komen we ineens met heel veel mensen in contact die geen christen zijn. Ze krijgen vaak een heel ander idee over de kerk. Dat je niet alleen met evangelisatie bezig bent, maar effectief mensen helpt, neemt ook veel wantrouwen weg”.

Hoe zie je toe op de balans tussen evangelie en hulpverlening?

Gottlieb: “Evangelische christenen denken vaak dat ze zich niet om dit soort zaken moeten bekommeren. De diaconie in de kerk is wat ingedut omdat er veel sociale voorzieningen zijn, maar de liefde van God vraagt dat we ons bekommeren om de mensen in nood. De liefde mag niet kil of formeel worden. Het is niet juist als je de mensen alleen maar benadert om ze te bekeren. Natuurlijk is dat ook onze opdracht, maar je kan de indruk wekken dat je niet echt om de mensen geeft. Mensen in de kerk krijgen, mag niet het enige doel zijn. Tegelijk begrijp ik de terughoudendheid van veel christenen wel: je gaat je bezighouden met sociale vraagstukken, je komt met wetgeving in aanraking en je krijgt daar een mening over. Je bent intens bezig om die mensen te helpen en je hebt minder tijd voor gemeenteopbouw. Ik kan me dus best voorstellen dat voorgangers zich afvragen of ze hier wel mee bezig moeten zijn. Maar het is mijn ervaring dat je als christen veel meer de medemens gaat zien en dat je ook naar buitenstaanders veel betrouwbaarder en authentieker overkomt, wanneer je je echt de nood van de ander aantrekt. Ik zal niet zeggen dat dit dé opdracht van de kerk is, maar het is wel iets dat je je als christen moet aantrekken”.

Verantwoordelijkheid

Maatschappelijke hulpverlening is noodzakelijk, maar je moet de problematiek ook niet al te naïef benaderen. Er zijn bemoedigingen en teleurstellingen. Soms maken mensen misbruik van de hulp die je aanbiedt. Iedere christen en iedere kerk die zich met sociaal werk bezig houdt, wordt daarmee geconfronteerd. Toch mag dat geen excuus zijn om de andere kant uit te kijken en de hulpbehoevende medemens aan zijn lot over te laten. Gottlieb: “Ik denk dat heel veel gemeenten bekommerd zijn om de eigen gemeenteleden, en binnen de kerk is er doorgaans veel liefde en vriendschap onder de mensen. Maar we moeten die ook naar buiten toe tonen, als het gaat om de ‘vreemde’ medemens. Denk aan het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Vandaag de dag worden wij uitgedaagd. Het is echt geen marginaal probleem. Soms kom je daarbij aan je grenzen, je kunt niet alles voor iemand doen. Ik vind het echt heel jammer dat we geen groter, enthousiaster gedragen sociaal netwerk hebben dat echt van ons uitgaat en waar fondsen voor zijn”

 

Dit artikel verscheen in de InterCom van 28 februari 2018 van de Evangelische Alliantie Vlaanderen. De volledige editie lees je hier. Inschrijven voor de nieuwsberichten van de EAV kan hier. InterCom bevat berichten van kerken en organisaties in Vlaanderen als ook van de evangelische beweging wereldwijd. 

Geef een reactie

Sluit Menu