Gezegend om te zegenen

Gezegend om te zegenen

Een van de eerste migranten die we in de bijbel tegenkomen is Abraham. Toen hij nog Abram heette, vroeg God hem uit zijn land weg te trekken naar het land dat God hem wijzen zou. God zou Abram zegenen en hem tot een groot volk maken, met zoveel nakomelingen als de sterren én hij en zijn nakomelingen zouden alle volkeren ter wereld tot zegen zijn. In zijn leven heeft Abram dan ook veel zegeningen mogen ontvangen: rijkdom, land en een zoon ondanks de onvruchtbaarheid van zijn vrouw.

Net als Abram kunnen we in Europa ook zeggen dat we enorm gezegend zijn. In het Westen hebben we collectief een niveau van rijkdom en comfort bereikt dat ongezien is in de menselijke geschiedenis, op enkele keizers en koningen na. Zelf hebben we daar grotendeels niet veel voor moeten doen; een zegen hangt niet per se af van onze eigen verdiensten of waardigheid. We werken natuurlijk wel, maar dat doet die arme boer in Afrika of Azië ook, nog veel harder, en die heeft het op veel vlakken niet even goed. Wij kunnen namelijk verder bouwen op wat er reeds aanwezig is in onze maatschappij: de rijkdom, infrastructuur en kennis die ons is doorgegeven door vorige generaties. We krijgen de kans om bij te dragen aan deze maatschappij en om ten volle te genieten van al het goede dat ze voortbrengt.

Naar analogie met Gods belofte aan Abram, kunnen we onszelf afvragen: als wij zo gezegend zijn, is het misschien de bedoeling dat wij ook anderen tot zegen zijn? Is dat de verantwoordelijkheid die komt met de zegen? Dat lijkt toch te zijn wat God bedoelt wanneer Hij zegt: “Van een ieder, wie veel gegeven is, zal veel geëist worden, en aan wie veel is toevertrouwd, van hem zal des te meer worden gevraagd” (Lukas 12:48). God houdt ons verantwoordelijk voor wat we hebben gekregen en wat we ermee doen. We willen niet zijn zoals de luie dienaar in de gelijkenis van de talenten (Mattheüs 25:14-30) die gewoon alles had opgepot en voor zichzelf had gehouden. God verwacht dat we wat we hebben gekregen investeren in zijn koninkrijk waar “Hou van God en van je naaste” het grootste gebod is. Dit wil zeggen dat de rijkdom, de kansen en de tijd die we hebben gekregen, niet alleen voor onszelf te gebruiken zijn, maar tegelijkertijd ook voor God en onze naasten. Laat ons dus een leven van vrijgevigheid leven en kwistig omgaan met wat we hebben ten voordele van anderen. “Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet” (Mattheüs 10:8).

Als we terugkeren naar Abraham kunnen we zien dat God zijn beloften heeft ingelost. Er zijn grote volkeren uit hem voortgekomen, waaronder de Joden en de Arabieren. En belangrijker, God heeft Abraham gezegend en heeft door hem alle volkeren ter wereld de grootste zegen gegeven die er is: het leven van Jezus, een nakomeling van Abraham. Jezus heeft ons getoond hoe we dat leven van vrijgevigheid en dienstbaarheid ten volle kunnen leven. En al wie op Jezus zijn hoop stelt, geeft Hij de kracht om ook zo’n leven te leiden; een upgrade naar een leven in HD dat nu begint en tot in de eeuwigheid loopt.

 

Tim Brys

Tim en zijn vrouw Naomi vertrokken eind 2015 naar 'de jungle' van Duinkerke om de vluchtelingen ginds te helpen met fysiek en geestelijk voedsel. Sindsdien zijn ze meer en meer betrokken in vluchtelingenwerk in binnen- en buitenland.

Deze post heeft een reactie

Geef een reactie

Sluit Menu